logo



Hoe nu verder?

Kanttekeningen bij het rapport Vernieuwend verbinden over de grenzen heen: Kader Internationalisering van de Provincie Limburg.

Harry Welters

NB. Deze beschouwing ‘ligt sinds september op tafel’ en is sindsdien aanbevolen als discussieonderwerp in de agenda van een aantal betrokkenen.

Deze tekst als pdf-document.

Deze tekst als docx-document.


Inleiding

In een eerdere beschouwing (juli 2019) met de titel Het Collegeprogramma 2019-2023 van de Provincie Limburg: aan de orde is ambidexteriteit. Tweehandig aansturen: van Limburg met de ene hand en van de Euregio met de andere - en vanzelfsprekend ook voor de nodige interactie tussen ‘beide handen’ - werd aandacht gevraagd voor een explicietere insteek van het ‘internationale beleid’ in het collegeprogramma 2019-2023 van de Provinciale Staten Limburg. Er werd voor dit programma de introductie van een aparte beleidsroute internationaliteit gesuggereerd/aanbevolen.


Enige tijd geleden, eind april, is het provinciale rapport “Vernieuwend Verbinden over grenzen heen: Kader Internationalisering” aan Provinciale Staten Limburg gepresenteerd. Het is voor het eerst dat een dergelijk omvangrijke analyse, over de in en outs aangaande het internationale speelveld, het licht ziet. Hiermee bezorgt de Provincie zichzelf en de woon-, werk- en leefomgeving waarin ze opereert een groot geschenk. Aan de orde komen de aandachtsgebieden Limburg en de Buurlanden, Limburg en Europa en Limburg en de Wereld. Waarbij de focus, naar eigen provinciaal zeggen, vooral ligt op de buurlanden. Terecht, zoals eerder in de hiervoor vermelde ‘toelichting’ op het collegeprogramma 2019-2023 beargumenteerd werd.


Limburg is met het rapport Kader Internationalisering dus op de goede weg en de gepresenteerde analyse maakt inzichtelijk hetgeen zich in dit domein afspeelt/moet afspelen. De in deze nota aangevoerde argumentatie wordt hiermee een belangrijk punt van beleid/discussie en heeft nu dus ook in het provincieprogramma status gekregen.


Maar er is ook sprake van een valkuil. Aan het licht gebracht wordt een dermate grote diversiteit aan spelende thema’s en problemen, dat er gemakkelijk verwarring kan ontstaan over de manier waarop, de hier opgesomde aandachtsvelden en intenties met elkaar in samenhang gebracht kunnen worden, om de efficiency van de aanpak van deze thema’s op een acceptabel niveau te brengen. Zulks ter vermijding van het ongerief ‘dat iedereen maar wat doet’. Om nog maar eens een metafoor voor de op de loer liggende situatie op te dienen; er is in de analyse van de provincie sprake van (heel) veel muzikanten, maar waar is de dirigent? Het goede nieuws is dat de nota ‘Kader Internationalisering’ aantoont dat Limburg aangaande internationale activiteiten echt geen ‘death valley’ meer is. De term ‘Kader’ roept daarbij wel de suggestie op dat er ook sprake is van de aanwezigheid van een te hanteren organisatorisch kader. Is dat zo? Dat valt te betwijfelen.


De nota ‘Kader Internationalisering brengt de ingewikkeldheid van met name het doelmatig opereren op het internationale speelveld, zeker daaronder ook in de grensregio-problematiek, nog weer eens duidelijk aan het licht. Er blijkt sprake van een speelveld waarop vele actoren actief zijn, waarbij het aantal projecten/programma’s als een soort lappendeken over het werkveld gelegd is. Van dat projectencarrousel, waarbij veelal iedereen zijn eigen rondje draait, moet een projectencollectief gemaakt worden. Waardoor in de omgang met de Euregio meer duiding, ratio en samenhang tot stand komt. Maar hoe doen we dat?


Een aansprekende referentie voor de aanpak van deze ingewikkelde thematiek zou de nota Dashboard Verstedelijking van het College van Rijksadviseurs van oktober 2018 kunnen zijn. De term dashboard duikt hier op als ‘symbool’ voor een organisatorische aanpak van een hoogst ingewikkelde problematiek.? We lezen in de inleiding: “Het dashboard van een auto geeft de bestuurder inzicht in de effecten van wat er onder de motorkap gebeurt: snelheid, toerental, benzineverbruik, etc., etc. Bij de woningbouwopgave 'ontbreekt' zo'n handig dashboard dat de bestuurder vertelt wat de effecten zijn van wat er 'onder de motorkap' gebeurt: welke effecten kan je verwachten voor de woningbouw op bepaalde locaties? Het Dashboard Verstedelijking dient een instrumentenbord te worden dat laat zien welke effecten woningbouw heeft op verschillende maatschappelijke thema's, zoals duurzaam ruimtegebruik, bereikbaarheid van werk, CO2-uitstoot en meekoppelkansen voor bestaande woningen”. Tot zover deze duiding in het verstedelijkingstraject. Onlangs zien we deze dashboard-insteek trouwens ook opduiken bij de aanpak van het coranavirus en de gevolgen daarvan.


Ter aanvulling nog een aantal kanttekeningen bij het gepresenteerde rapport.


De noodzaak voor het verdiepen van het realiteitsbesef met betrekking tot de Euregionale stand van zaken.

Citaat uit de nota Kader Internationalisering “Limburg, een eigenzinnige regio aan de rand van het land en in het hart van Europa. Waar ze als geen ander begrijpen dat toekomst niet zonder historie kan. Dat tradities, cultuur en een eigen taal zorgen voor de saamhorigheid die nodig is om vooruit te komen. Om met bezieling verbinding te kunnen maken en pragmatisch nieuwe wegen in te slaan. Het is precies waar velen in Nederland en Europa naar op zoek zijn: verbondenheid, eigenheid en balans. In Limburg is het volop voorhanden, voor iedereen”. En verder:Deze woorden maken deel uit van het propositieverhaal voor Limburg en beschrijven een Limburg met een eigen identiteit, met inwoners die grensoverschrijdend denken en handelen en voor wie grensoverschrijdend verkeer van oudsher vanzelfsprekend is. Of het nu gaat om export naar buurlanden, onderwijs, winkelen of een behandeling in een kliniek, grensoverschrijdende activiteiten maken onderdeel uit van het dagelijkse leven van de Limburger. Deze Limburgers zijn zich bewust van wat er speelt over de grenzen en nemen dit mee in hun handelingsperspectief’.


Duidt, in het tweede deel van dit citaat de gebruikte term propositieverhaal die in het rapport aan de orde komt, op een ideale schets van de situatie in Limburg voor de toekomst? Zo ja dan is deze in ieder geval zeer pretentieus. Waarom dat zo is wordt verderop verduidelijkt. Zo neen, en wordt daarmee de situatie van dit moment bedoelt, dan is dit een risicovolle, ver van de werkelijkheid staande typering van die situatie. In beide gevallen is er trouwens een hele hoop werk aan de winkel.


Functioneel realisme gewenst.

In ieder geval is een ‘gezond’ realisme gewenst ten aanzien van de huidige stand van zaken met betrekking tot het denken en doen over de Euregio en met betrekking tot ‘de kwaliteit’ van het Euregio-gevoel van de Zuid-Limburgse samenleving. Wat heeft dik 40 jaar georganiseerde Euregioactiviteit o.a. via de EMR (het Euregio Maas-Rijninstituut) eigenlijk opgeleverd? Op welk punt van de lijn staan we op dit moment met de ontwikkeling van de Euregio en hoe stijl (of juist niet) ging die lijn de laatste 40 jaar omhoog? Die vraag wordt in de nota Kader Internationalisering, slechts impliciet, aan de orde gesteld. Aannemelijk is de veronderstelling dat het gerealiseerde resultaat van ruim 40 jaar inspanning hooguit de kwalificatie matig verdient. Gaan we de komende 40 jaar zo door? De inleiding van het provinciale document lezend zou de indruk kunnen ontstaan dat alles koek en ei is, dan wel in de toekomst koek en ei wordt. Voor het moment is het dat dus niet zo en voor de toekomst eist dat een (heel) andere aanpak. Doorgaan zoals we gewend zijn mag dan ook geen optie zijn.


Geluiden’ die deze stelling ondersteunen zijn er volop. Het is o.a. niet voor niets dat de laatste jaren de Stichting Geen Grens actief geworden is. Een beschouwing van een CDA-lid Maastricht van ongeveer een half jaar geleden, waarin de vraag aan de orde komt wat de Euregio precies voorstelt en wat dat betekent voor Maastricht en zijn burgers. ‘De Euregio spreekt tot de verbeelding van de politici, maar de burgers hoor je er niet over praten’. Een oud-gediende van de Provincie, jarenlang actief in het Euregiodomein, vindt dat de Euregio ‘op de schop moet’. (In feite is dat al het geval, gezien de vele activiteiten en initiatieven die er op dit moment Euregionaal lopen). Ervaringen tijdens een aantal recente lezingen: een diep ingeslepen cynisme bij de toehoorders met betrekking tot de kansen voor het bewerkstelligen van wezenlijk meer dynamiek bij het doorontwikkelen van de Euregio. Een steeds zichtbaarder wordend ongemak: de onvoldoend toenemende buurtalenkennis -sinds verplicht buurtalenonderwijs op de scholen is afgeschaft. Hetgeen als het ware voor het ontstaan van een nieuwe ‘grensbarrière’ zorgde.


Het vergroten van de zichtbaarheid van hetgeen er euregionaal speelt.

Waar is dat er op dit moment héél veel Euregionale actie aan de orde is en het rapport van de Provincie geeft dat ook aan. Waar is ook dat de zichtbaarheid van hetgeen er speelt moet worden verbeterd richting brede samenleving. Ooit nog iets gehoord van nadere toepassing van de conclusies van opmerkelijke initiatieven zoals het Rapport City Deal Eurolab, van de omgang met de aanbevelingen van het Rapport Boosting Growth in Border Regions, van het initiatief “Euregio 2019: Samen op weg naar een duurzame, bereikbare, cultureel en economisch sterke Euregio” van de 7 burgemeesters van de ‘grenssteden’ Luik, Aken, Hasselt, Heerlen, Maastricht en Sittard-Geleen, van het laatste rapport van de LED-organisatie: Naar een Euregionale grootstedelijk agglomeratie Maas-Rijn, van de voortgang van het project Euregionalisering van het stedelijk gebied Aken/Heerlen, van de ‘omtovering’ van het Euregio Maas-Rijn instituut van een stichting in een Europese Groepering voor Territoriale Samenwerking (EGTS) met een veel groter bestuursmandaat, enz. Wat is er eigenlijk aan opmerkelijks naar buiten gekomen van de eerste grenslandconferentie Nederland-Nordrhein Westfalen in Venlo vorig jaar? En wat is het verdere verloop van het project buurtalenkennis op Euregioscholen? Met betrekking tot het onderwerp buurtalen heeft de Stichting Geen Grens een omvangrijke analyse ‘in productie’ genomen en inmiddels afgerond met de titel: Limburg en zijn buurtalen: een impuls gewenst!


Goed ook om hier de rol van de Limburgse media tegen het licht te houden; het thema Euregio/grensregio wordt hier maar magertjes uitgelicht. Zou er in Limburg één journalist rondlopen met een abonnement op de Aachener Zeitung? Zo ja, dan komt die - grapje - in aanmerking voor de Karlspreis.


Verduidelijken naar de omgeving en voor eigen provinciaal gebruik, van de rangorde tussen de verschillende internationale aandachtsvelden en van de ratio van het ‘overheersende’ belang daarbij van de Euregio.

Het in het Kader Internationalisering gepresenteerde internationale drieluik vraagt om een dergelijke rangorde: de buurlanden-thematiek dient daarbij duidelijk op nummer een te staan. Zulks vanwege de enge verwevenheid van onze regio met dit thema. In het geheel van internationale activiteiten heeft het grensregiobeleid een dubbele rol: als doel op zich, maar zeker ook als middel om de EU-doelstellingen dichterbij te brengen en om Nederland en Limburg ‘groter te maken’. ‘Brussel en Den Haag’ hebben lange jaren vooral aandacht voor de interne markt getoond, grensregiobeleid bleef hier min of meer een bijproduct. (Gelukkig is daarin verandering gekomen). Hoe intern is die Europese markt eigenlijk? Dat is hij vooral voor goederen. En met succes: de Rotterdamse haven en de Limburgse distributiesector bijvoorbeeld kunnen er hun (grote) voordeel mee doen. De supermarkten, enz. en daarmee de samenleving trouwens ook. Voor personen is er sprake van een totaal andere situatie die zich nu juist met name in de grensregio’s voordoet. Winkelen, museumbezoek en vakantie vieren in het buitenland kan door het Schengenakkoord moeiteloos. Over de grens werken, onderwijs volgen en geven, gezondheidzorg aanspreken, verplaatsen met openbaar vervoer, enz., enz. is een héél ander verhaal. Daar blokkeert internationale regelgeving, in deze doorgaans voor de ontwikkeling van de Euregio conditionerende domeinen, veelal de ontginning van het hier aanwezige economische groeipotentieel. Bovendien speelt er, te algemeen nog, een hardnekkig gebrek aan bewustzijn met betrekking tot het feit dat er met het energiek inzetten op de doorontwikkeling van de Euregio nog veel te halen is. Groeipotentieel ruim aanwezig: zie de rapporten Boosting Growth in Border Regions en diverse studies uitgevoerd door het Atlas voor Gemeenten-instituut. Logisch dus wanneer de Provincie/regio zich hier presenteert/gaat presenteren als dé kartrekker voor meer ontginning van de delfstof die hier, met de ligging midden in Europa in een der meest doorontwikkelde delta’s van de wereld, voor handen is. En logisch ook dat het Provinciale internationale beleid ‘bij voorrang’ hier op inspeelt. Maar ziet de Provincie dat ook zo? Steeds duidelijker blijkt dat de Euregio zich kan ontwikkelen tot het gaudium essendi, dé smaakmaker voor de toekomst van (Zuid-)Limburg. Haak daar als Provincie op in en verduidelijk dit beleid richting samenleving.


Met het energiek inzetten op de doorontwikkeling van de Euregio is dus nog veel voorspoed binnen te halen. In feite is er door de situatie waarin we in het verre verleden, via de inrichting van de nationale staten, en de laatste decennia ook door de haperende omgang met de complicaties daarvan voor meer Euregionale samenhang, een situatie van ‘bevroren rijkdom’ ontstaan. En inderdaad, het ontdooien daarvan is geen kleinigheid en vergt een stevige en duidelijk herkenbare aanpak. Daarbij spelen ‘assetmanagement’ - het te gelde maken van onze ‘bezittingen’ zoals de ligging midden in Europa - en een nieuw verbindingskader met onze buurlanden en de bestuurscentra in Den Haag, NRW/’Berlijn, Brussel’ en niet te vergeten met de burgers, bestuurders en ondernemers ‘om de hoek’ - ‘new connectivity’ derhalve - een belangrijke rol. Thema’s die duidelijk gediend zijn met een centrale aansturing. De ontwikkeling van de Euregio ‘er even bij doen’ biedt te weinig perspectief. Een welkome toegift wordt daarbij de mogelijkheid van een wezenlijke verbetering van de zichtbaarheid van hetgeen zich euregionaal afspeelt/dient af te spelen. Voor het bereiken van dit zichtbaarheidsdoel en de vele andere wenselijkheden voor een effectievere doorontwikkeling van de Euregio biedt het Kader Internationalisering van de Provincie een uitstekende doorstartmogelijkheid! Voor eigen gebruik en duidelijkheid naar de omgeving moet dus wel verhelderd worden wat, in relatie met de wensen voor de toekomst, de huidige situatie aan doorontwikkelingsmogelijkheden te bieden heeft. Eveneens ten behoeve van het praktischer invoegen dan wel adviseren/subsidiëren van de - gelukkig- vele bottom-up projecten die er ter zake lopen. Overheidsregulering en -advisering/-subsidiering en bottom-up initiatieven treffen elkaar immers altijd wel ergens onderweg. Op welk punt van de lijn bevinden we ons ook hier qua doelmatigheid en transparantie?


Hoe nu verder? De vraag ligt er en wacht op een antwoord.

Achtergrondfoto: Hasselt (Hans Porochelt, 2010)